Overslaan en naar de inhoud gaan
aerial from a flying hot air balloon in the countryside from the netherlands at sunset

Samen bouwen aan één landelijke IZA-monitoringinfrastructuur

In het voorjaar organiseren RIVM regiobeeld.nl en het ROS-netwerk een vijftal regiosessies. We willen regiobeeld.nl, het bestaande informatieplatform met regionale data over gezondheid, zorg en welzijn, beter laten aansluiten bij de behoeften van regio’s. Daarbij staat de vraag centraal: aan welke gegevens hebben regio’s behoefte om hun regioplannen goed te kunnen monitoren?

De geplande regiosessies:

  • West – 30 maart | 13:00–16:00 | Den Haag
  • Noord – 1 april | 12:30–15:30 | Groningen
  • Midden – 13 april | 09:30–12:30 | Utrecht
  • Oost – 12 mei | 09:30–12:30 | locatie volgt
  • Zuid – 21 mei | 13:00–16:00 | Tilburg

Aanmelden kan t/m 25 maart. Heb je vragen? Stuur een e-mail naar info@regiobeeld.nl.

Waarom deze regiosessies?

Het informatieplatform regiobeeld.nl ondersteunt datagedreven werken in de transitie van zorg naar gezondheid in de regio. In veel regio’s wordt inmiddels gewerkt aan de uitvoering van regionale doelstellingen. Vanuit het ROS-netwerk zien adviseurs dat regio’s vaak vergelijkbare stappen zetten. Zo worden er eigen data-infrastructuren en dashboards ontwikkeld rond thema’s als gezond ouder worden en mentale gezondheid.

Regiobeeld.nl wilt in haar doorontwikkeling de regio zo goed mogelijk faciliteren in het bereiken van deze regionale doelstellingen.  Zo zouden risico’s van versnippering, dubbele inspanningen en oplopende kosten voorkomen kunnen worden.

De regiosessies bieden tevens een plek om uit te wisselen en van elkaar te leren over de monitoring van regionale doelstellingen en regioplannen.

Wat doen we tijdens de sessies?

  • Regio’s delen hun bestaande dashboards en infrastructuren rondom monitoring van het regioplan
  • We verkennen waar informatiebehoeften overeenkomen
  • We werken samen aan de doorontwikkeling van regiobeeld.nl aan de hand van een IZA opgave
  • We creëren ruimte voor kennisdeling en gezamenlijke ontwikkeling

We kijken uit naar de sessies en de inzichten die ze opleveren!

LeVEL: Jacqueline Philipsen over de lerende regio’s

Binnen het landelijke leer- en verbeternetwerk LeVEL staat één doel centraal: samen bouwen aan een toekomstbestendige en sterke eerstelijnszorg. In dit netwerk werken regio’s, professionals en organisaties met elkaar aan het verbeteren van samenwerking, innovatie en organisatiekracht. LeVEL ondersteunt regio’s door ontmoetingsplekken fysiek en online waar projectleiders uit verschillende regio’s elkaar treffen om ervaringen uit te wisselen, successen en knelpunten te delen en gezamenlijk nieuwe inzichten op te doen. Daarnaast ondersteunen LeVEL-ondersteuners vanuit de ROS’en, Vilans en Pluut en Partners in elke regio gericht op specifieke regionale behoeftes.

“We brengen regio’s bij elkaar om samen te leren en elkaar te versterken,” vertelt Jacqueline Philipsen, adviseur bij Robuust en lid van de LeVEL-kerngroep van het ROS-netwerk. “Zo bevorderen we het leer- en veranderproces op verschillende niveaus: in de regio, tussen regio’s en landelijk.”

Bovenregionaal leren
Vanuit LeVEL worden drie leercycli georganiseerd voor projectleiders die versterking in de eerste lijn begeleiden. Een leercyclus bestaat uit twee bijeenkomsten. In de eerste bijeenkomst (leersessie) deelt een expert kennis en inzichten. Twee maanden later volgt een uitwisselsessie waarin deelnemers vertellen wat zij in hun regio hebben gedaan en wat ze daarvan geleerd hebben. Zo zijn er nu twee leercycli die gaan ver governance en over interprofessioneel samenwerken in de wijk.

1SociaalDomein
De projectleiders worden gestimuleerd om in de community 1SociaalDomein kennis en ervaring uit te wisselen.

Ondersteuning voor de regio’s
De regio’s staan er niet alleen voor. Elke projectleider krijgt ondersteuning van een LeVEL ondersteuner. De LeVEL ondersteuners komen vanuit Pluut en partners, Vilans en het ROS-netwerk. Het ROS-netwerk levert 23 LeVEL ondersteuners. Zij kunnen helpen bij het opstellen van veranderverhalen, begeleidt bij actieleren en meedenkt over vervolgstappen. De behoeften uit de regio staan centraal. “In sommige regio’s leidt dat al tot concrete veranderverhalen,” vertelt Jacqueline. “In andere regio’s halen we vooral op wat er nodig is.”

Meer over het Leer- en Verbeternetwerk
Leren in de regio is een onderdeel van het Leer- en Verbeternetwerk. Zie de ZonMw pagina Leer- en verbeternetwerk en lees meer over de samenhang tussen de onderdelen en welke partners zijn betrokken.

MOVE: onderzoek dat de eerste lijn vooruithelpt

De eerstelijnszorg staat voor grote uitdagingen: samenwerken in wijken, versterken van regionale structuren en beter aansluiten bij wat inwoners nodig hebben. Om die beweging te ondersteunen, ontwikkelde ZonMw het programma Versterking organisatie eerstelijnszorg. Dit programma bestaat uit drie onderdelen:

  • Regio-ondersteuning via uitvoeringssubsidies en vouchers.
  • Het landelijk Leer- en Verbeternetwerk Eerstelijnszorg (LeVEL).
  • MOVE; het onderzoeksprogramma ‘Mechanismen voor Ondersteuning van de Versterking van de Eerste Lijn’.

In dit artikel vertelt Hinda Stegeman, directeur-bestuurder van Zorgadvies Groningen en trekker MOVE vanuit het ROS-netwerk, wat MOVE inhoudt en wat dit betekent.

“MOVE onderzoekt wat wérkt in de eerste lijn”

“MOVE is een consortium dat de veranderbeweging in de regio’s onderzoekt; welke mechanismen werken wel, wat werkt niet en hoe kan de eerstelijnszorg dit gebruiken om zich verder te versterken?”, legt Hinda uit. Het onderzoek bestaat uit zes deelstudies:

  • sturing
  • samenwerking in een netwerk
  • samen met inwoners
  • gebruik van data om van te leren
  • zorgverlening bij ingewikkelde vragen
  • een goede werkomgeving

MOVE loopt tot 2028. “Elke onderzoeksfase wordt afgesloten met gezamenlijke momenten waarop de opbrengsten uit de (deelstudies) worden geïintegreerd zodat ze gedeeld kunnen worden,” vertelt Hinda. “De eerste grote bijeenkomst met alle consortiumpartners is op 28 november 2025.”

Wat doet het ROS-netwerk in MOVE?
Hoewel de ROS-organisaties geen onderzoeksinstellingen zijn, spelen ze wél een centrale rol in de communicatie en delen van de kennis in MOVE. “Wij zitten letterlijk in de haarvaten van de regio’s,” zegt Hinda. “Dat maakt ons een logische partner voor het delen van kennis uit het onderzoek, zodat deze ook echt bij de eerstelijnsprofessionals en andere belanghebbenden terechtkomt.”

Binnen het netwerk wordt er voor de communicatie en delen van kennis samengewerkt met de academische werkplaatsen huisartsenzorg, Vilans en Movisie.

Volgens Hinda sluit MOVE goed aan bij het werk van ROS’en. “De onderzoekers gaan het werkveld actief betrekken. Via LeVEL en het ROS-netwerk zullen onderzoekers vragen om praktijkervaringen te delen, regio’s te motiveren om mee te doen of voorbeelden aan te leveren.”

De opbrengsten zijn waardevol voor het regionale werk:

  • je krijgt beter zicht op mechanismen die samenwerking versterken
  • je leert welke aanpakken echt verschil maken in wijkgericht werken
  • je kunt kennis uit andere regio’s toepassen in je eigen projecten
  • je kunt je adviesrol beter onderbouwen met onderzoek

“Het helpt ons in onze advisering en netwerkrol, omdat we beter weten wat werkt in onze regio’s,” zegt Hinda.

Wie zijn namens het ROS-netwerk betrokken?

MOVE wordt binnen het ROS-netwerk gekoppeld aan de LeVEL-kerngroep. De volgende personen maken daarvan deel uit:

Hinda Stegeman – Zorgadvies Groningen
Jacqueline Philipsen – Robuust
Jan Kamp – Reos
Jeanette Lezwijn – Proscoop

Daarnaast wordt een communicatieadviseur vanuit het ROS-netwerk toegevoegd om de opbrengsten van MOVE breed te verspreiden.

Meer weten?

Heb je vragen over MOVE, wil je weten wat het betekent voor jouw regio? Neem contact op met Hinda Stegeman.

Groepsconsulten: samenwerken aan gezondheid in de wijk

ROS coalitie Samenwerken in de wijk ziet in het initiatief groepsconsulten een inspirerend voorbeeld van hoe samenwerking tussen medisch en sociaal domein in de wijk concreet en duurzaam vorm kan krijgen. Het initiatief groepsconsulten is in de regio Haaglanden opgezet door Loïse Jacz-Kruithof, huisarts, populatiegericht huisartsgeneeskundige, docent aan het LUMC en medisch adviseur bij huisartsenorganisatie Hadoks. Vanuit haar overtuiging dat leefstijl en gezondheid onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, startte zij met groepsconsulten in de wijk. De verdere ontwikkeling, evaluatie en opschaling van deze aanpak werd door diverse regionale partners begeleid. Eén van deze partners is Reos met als betrokken adviseurs Kim Herders, en haar collega-adviseurs Rianne Kleijn en Maud Verhoeven.

Gezondheid ontstaat in de leefwereld van mensen
Volgens Kim vertrekt het groepsconsult bewust vanuit de leefwereld van mensen. In 90 minuten durende bijeenkomsten komen 10 tot 15 wijkbewoners samen om te praten over gezondheid, leefstijl en de impact van sociale omstandigheden. Lichaamsmetingen en bloedwaardes geven inzicht, maar zijn niet leidend. Minstens zo belangrijk is het gesprek over wat voor mensen haalbaar is in hun dagelijkse leven. Die combinatie bepaalt de richting.

Op basis van wat tijdens het groepsconsult naar voren komt, worden deelnemers toegeleid naar passend aanbod in de wijk. Dat kan variëren van beweegactiviteiten en leefstijlprogramma’s tot maatschappelijke of mentale ondersteuning. De groepsconsulten richten zich met name op kwetsbare wijken en met een lagere sociaaleconomische positie. Door gezondheidsrisico’s vroegtijdig te signaleren en mensen actief te verbinden aan ondersteuning in hun eigen omgeving, dragen groepsconsulten bij aan het voorkomen van chronische ziekten en het versterken van de gezondheid van de wijkpopulatie.

Manier waarop de samenwerking vorm krijgt
Wat de groepsconsulten volgens Kim echt bijzonder maakt, is de manier waarop samenwerking vorm krijgt. Niet alleen bewoners komen samen; ook professionals uit verschillende domeinen werken gelijktijdig samen. Huisartsen, apothekers, buurtsportcoaches, diëtisten, fysiotherapeuten, leefstijlcoaches, maatschappelijk werkers en ervaringsdeskundigen, de zogenoemde Health Champions, werken gelijkwaardig met elkaar. Er is geen hiërarchie en geen sprake van losse interventies. Juist door deze integrale aanpak ontstaat een stevige basis voor duurzame, wijkgerichte zorg.

Vorm aangescherpt en handboek ontwikkeld
De aanpak is de afgelopen jaren zorgvuldig geëvalueerd onder begeleiding van de LUMC Health Campus Den Haag. Via interviews met deelnemers, professionals, betrokken organisaties en betalende partijen, aangevuld met een groepsdiscussie, is wetenschappelijk onderzocht wat goed werkt en wat beter kan. Een belangrijke bevorderende factor bleek het brede enthousiasme onder professionals, gecombineerd met een gedeelde urgentie om het anders te organiseren. Ook de mogelijkheid om het groepsconsult aan te passen aan de lokale context, bijvoorbeeld door deelnemers uit te nodigen rond een specifiek thema zoals slaapproblemen, bleek essentieel. Op basis van deze inzichten is de vorm van het groepsconsult verder aangescherpt en is een handboek ontwikkeld voor regionale en landelijke opschaling. Dit alles gebeurt in co-creatie tussen verschillende regionale partners.

Wat andere ROS’en hieruit kunnen halen
Kim Herders: “We hopen dat andere ROS’en de handleiding vooral zien als een praktische leidraad om laagdrempelig te starten met groepsconsulten. De aanpak raakt aan veel actuele thema’s waar ROS’en dagelijks aan werken, zoals leefstijl en preventie, positieve gezondheid, interprofessioneel samenwerken en ecosysteemgericht werken. Tegelijkertijd vormen groepsconsulten een krachtig vliegwiel om hechte wijkverbanden te versterken of opnieuw vorm te geven.”

Voor ROS-adviseurs die met deze aanpak aan de slag willen, benadrukt Kim het belang van een goed startpunt: “Begin bij een professional die gelooft dat gezondheid hand in hand gaat met leefstijl, die out of the box durft te denken, wil experimenteren en anderen kan enthousiasmeren. Dat is vaak een huisarts, maar kan net zo goed een praktijkondersteuner, apotheker of diëtist zijn.” Klein beginnen en samen leren is volgens haar belangrijker dan alles vooraf dichttimmeren.

Praktische handleiding voor opschaling
De handleiding laat volgens Kim vooral zien dat samenwerking in de wijk pas echt werkt wanneer formele en informele netwerken met elkaar worden verbonden en wanneer de systeemwereld aansluit op de leefwereld van inwoners. Het document is het resultaat van meerdere jaren pionieren met regionale en wijkpartners en maakt het groepsconsult nu overdraagbaar naar andere wijken en regio’s.

Met de praktische handleiding is het groepsconsult klaar voor opschaling. De aanpak draagt bij aan de Visie Eerstelijnszorg 2030, versterkt hechte wijkverbanden en maakt gezondheid tastbaar voor mensen die anders buiten beeld blijven. Daarmee laten groepsconsulten zien hoe samenwerking over domeinen heen kan leiden tot echte impact op populatieniveau: proactief, duurzaam en persoonsgericht.

Meer weten?
Wilt u meer weten over groepsconsulten in de wijk voor uw buurt of gemeente? Neem contact op met de ROS in uw werkgebied.

Denise-Seelen

Samen werken aan sterke palliatieve zorg in de regio

Binnen het ROS-netwerk zetten we ons in om palliatieve zorg tijdig, deskundig en dichtbij huis beschikbaar te maken. In een interview vertelt adviseur Denise Veelen bij Raedelijn hoe samenwerking, passen en meten met regio-partners en het centraal stellen van patiënten en naasten de komende jaren leidend wordt in deze aanpak.

Ecosystemisch werken

Ecosystemisch werken: samen verschil maken

Op 30 september kwamen collega’s van bijna alle ROS’en bijeen om te verkennen wat ecosystemisch werken betekent voor ons dagelijks werk. Het leverde een inspirerende middag op, vol nieuwe taal, inzichten en energie. 

Samenwerking van regionale ondersteuningsorganisaties

Een bestuurlijke vertegenwoordiging van GGD’en, RegioPlus-organisaties, ROS’en en RSO’s kwam op 30 oktober in Utrecht samen om te werken aan één gezamenlijke ambitie: krachtenbundeling van regionale ondersteuningsorganisaties.

Op initiatief van GGD GHOR Nederland, RegioPlus, RSO Nederland en het ROS-netwerk gingen de deelnemers met elkaar in gesprek over hoe we de samenwerking tussen onze organisaties verder kunnen versterken, regionaal verankerd én landelijk verenigd. De vier organisaties vormen onder de naam ONTZORG een landelijke samenwerkingsalliantie van de regionale ondersteuningsorganisaties.

In groepen werkten de deelnemers aan twee centrale vragen: Waar en hoe werken we nu al samen? en Waarop gáán we meer samenwerken in de regio?

De sessie liet zien hoeveel energie er al zit in de samenwerking tussen onze regio-organisaties én hoeveel potentie er nog is. Veel deelnemers kenden elkaar al en weten elkaar goed te vinden. Daarnaast ontstonden nieuwe verbindingen en concrete ideeën om elkaar vaker op te zoeken en (nog) beter aan te vullen.

Ook een vertegenwoordiging van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport was aanwezig, wat deze landelijke verbinding en beweging extra energie gaf. Robert Waterreus, ROS-netwerk: “De regio’s staan voor de grote opgave om zorg en welzijn toegankelijk te houden. Als duurzame bouwers in de regio kunnen we in samenwerking nog meer van betekenis zijn.”

Samenwerken in de wijk: Reos en Proscoop delen hun aanpak

Op 11 juni verzorgen de ROS’en Reos en Proscoop een deelsessie op de landelijke conferentie “Een nieuwe generatie ouderen, langer thuis”. Deze conferentie richt zich op het creëren van een (leeftijd)vriendelijke samenleving, waarin goed samenleven centraal staat. De nieuwe generatie ouderen wil niet alleen zelfstandig wonen, maar ook bijdragen aan hun omgeving. Door attentheid en wederzijds begrip bouwen we aan een gemeenschap waarin iedereen meedoet en bijdraagt, waardoor generaties elkaar versterken en waarderen.

Reos en Proscoop maken onderdeel uit van het ROS-netwerk. Het landelijk dekkend netwerk van Regionale Ondersteuningsstructuren (ROS’en). ROS’en adviseren en begeleiden in de eigen regio’s de eerste lijn én betrokken partijen bij het realiseren van samenhangende zorg in de wijken. Een belangrijke maatschappelijke opdracht met als doel om mensen zinnige en zuinige zorg dicht bij huis te bieden. Het ROS-netwerk is partner van het consortium BeterOud. BeterOud is mede-initiatiefnemer van deze conferentie. Reos en Proscoop verzorgen tijdens de conferentie een sessie over samenwerken in de wijk. De visie Eerstelijnszorg 2030 streeft naar hechte samenwerking tussen professionals in wijken en dorpen, zodat proactief ingespeeld kan worden op gezondheidsvraagstukken en zorg- en welzijnsuitdagingen. De ROS’en spelen hierbij een belangrijke rol. Ze werken samen met inwoners en professionals aan wijkgerichte, integrale en domeinoverstijgende samenwerking, met de eigen regie en het sociale netwerk van inwoners als uitgangspunt.

In de sessie worden twee inspirerende praktijkvoorbeelden gedeeld: Reos licht het actieprogramma Ouder worden voor Beginners in Scheveningen-Noord toe. Dit initiatief is ontstaan in samenwerking met VVT’s, huisartsen en bewoners. Het versterken van de eigen regie en het opbouwen van een vitale gemeenschap staat hierin centraal. Proscoop vertelt over Blijfwijk in Duiven Zuid-Oost. Bij deze beweging werken inwoners, de woningcorporatie, verpleeghuis, gemeente en sociale partijen samen om mensen langer thuis te kunnen laten wonen. We werken community-up waarbij de samenwerking in iedere fase een nieuwe dynamiek kent. Zo krijgen deelnemers de kans om in het klein te ervaren hoe deze aanpakken in de praktijk vorm krijgen.

Paramedische regionale netwerken: terugblik op Organisatiegraad en vooruitblik op samenwerking

In 2019 namen de Patiëntenfederatie Nederland, het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de Nederlandse Zorgautoriteit en Zorgverzekeraars Nederland het initiatief om de samenwerking tussen paramedici in de regio te versterken. Dit resulteerde in het programma Organisatiegraad, dat paramedici stimuleerde zich regionaal te verenigen met een mandaat. Paramedische regionale netwerken ontstonden, en de ROS’en begeleidden hen daarbij. Hierdoor kregen de netwerken een stem in de regionale zorg, wat bijdroeg aan een betere integratie van paramedische zorg in de patiëntenzorg. Het programma liep tot december 2024 en bracht belangrijke inzichten en resultaten.

Samen met Frits van Trigt (zorgexpert bij Menzis en vertegenwoordiger namens Zorgverzekeraars Nederland), Nanette Egberts (projectleider Organisatiegraad) en Daniëlle Busch (praktijkhouder Fysiotherapie Cuijk Centrum en voorzitter Paramedisch Platform Noordelijke Maasvallei) blikken we terug op de opbrengsten van dit programma en bespreken we de toekomst van regionale paramedische samenwerking.

Sterkere samenwerking door juridische entiteiten in regio’s
Nanette Egberts benadrukt: “Een belangrijke succesfactor van het programma is dat in 25 regio’s paramedici actief zijn gaan samenwerken. Zij hebben een positie verworven in de eerstelijnszorg. In 22 van deze regio’s is een juridische entiteit opgericht, waarmee zij nu namens hun achterban met mandaat kunnen spreken.” Frits van Trigt vult aan: “Het oprichten van een juridische entiteit is cruciaal. Hiermee leg je vast waarom en hoe je samenwerkt en welke afspraken er gelden rondom de zorgverlening. Hoewel niet alle benodigde disciplines al zijn aangesloten binnen sommige samenwerkingsverbanden, is de basis gelegd om regionale plannen te realiseren.”

Daniëlle Busch, praktijkhouder fysiotherapie, zag al langere tijd de noodzaak om beter samen te werken met andere fysiotherapeuten en paramedici om de zorg voor haar patiënten te verbeteren. “De aanleiding voor ons netwerk is er eigenlijk al vijftien jaar. We werkten al op kleine schaal samen, maar dankzij het programma Organisatiegraad heeft onze samenwerking echt een boost gekregen. Vanuit samenwerkingspartners, zoals de gemeente, voelden we de urgentie om als paramedici meer met één stem te spreken.”

Stevigere positie voor het netwerk in Noordoost-Brabant
In 2022 vond in Noordoost-Brabant een bijeenkomst plaats met paramedici en samenwerkingspartners zoals huisartsencoöperaties. “Hieruit is een paramediebreed kernteam gevormd. De grote regio is verdeeld in drie subregio’s, die samenwerken binnen het overkoepelende NOU! Twee van de subregio’s hebben inmiddels een juridische entiteit gevormd. Het was een intensief en soms complex proces, alsof je een brug bouwt terwijl je er al overheen loopt.”

Daniëlle benadrukt dat het netwerk inmiddels een stevige positie heeft. “We zitten aan tafel bij samenwerkingsverbanden zoals Mooi Maasvallei en het ZonMw programma Versterking Eerstelijn, hebben overleg met gemeenten en maken deel uit van een Transmuraal Netwerk. We bespreken hoe we zorgpaden beter op elkaar kunnen aansluiten en signaleren waar nog hiaten zijn. Maar het blijft een uitdaging: dit werk doe ik bovenop mijn werk als praktijkeigenaar en fysiotherapeut.”

Op weg naar duurzame bekostiging voor paramedische netwerken
Een knelpunt voor paramedici is dat het opzetten en onderhouden van regionale netwerken vaak in hun eigen tijd moet gebeuren, zonder structurele bekostiging. Frits van Trigt licht toe: “De Nederlandse Zorgautoriteit werkt aan een betaaltitel voor overstijgende samenwerking in de eerstelijnszorg, die naar verwachting in 2026 beschikbaar komt. Tegelijkertijd kan een betere samenwerking ook leiden tot een vermindering aan werkzaamheden, omdat afspraken beter afgestemd zijn en we van elkaar weten wat er verwacht wordt”. Nanette Egberts voegt daaraan toe: “Er zijn al regio’s waar paramedici betaald worden voor het onderhouden van hun netwerk. Dat laat zien dat het mogelijk is.”

Daniëlle Busch onderstreept het belang van dergelijke ontwikkelingen: “Het is echter cruciaal dat samenwerkingspartners in de regio inzien welke waarde paramedici toevoegen aan de zorg. Dit versterkt niet alleen onze positie, maar maakt het ook haalbaarder om te blijven investeren in netwerken.”

Nanette wijst op aanvullende mogelijkheden: “Paramedici kunnen nu al gebruikmaken van de subsidie ZonMw Mono Eerstelijnsdisciplines. Dit kan helpen om de inspanningen rondom netwerkvorming en samenwerking te ondersteunen.”

De toegevoegde waarde van het ROS-netwerk voor paramedische netwerken
Het ROS-netwerk vervulde een belangrijke ondersteunende rol bij het begeleiden van de 25 regio’s binnen het programma Organisatiegraad. Ook het netwerk van Daniëlle Busch kreeg ondersteuning, in haar geval van ROS Robuust. Ze is daar zeer over te spreken: “ROS Robuust bood ons waardevolle ondersteuning. Ze hadden een goed overzicht van wat er in de regio speelde en welke ontwikkelingen er zowel regionaal als landelijk gaande waren. Hun input hielp ons bij het formuleren van doelen. Bovendien konden ze putten uit hun brede ervaring met het opzetten van andere netwerken, wat ons enorm heeft geholpen.”

De begeleiding door ROS Robuust stopt niet met het einde van het programma Organisatiegraad. Ze blijven het netwerk ondersteunen, onder andere in het Transmuraal Netwerk. Dit onderstreept de blijvende waarde van het ROS-netwerk in het versterken van regionale paramedische samenwerking.

Naar landelijke dekking: de impact van Organisatiegraad
Hoewel er in 25 regio’s paramedische netwerken zijn gevormd, is er nog geen volledige landelijke dekking. Frits van Trigt licht toe: “We hebben nu ongeveer 70% dekking. Het programma heeft echter een belangrijke spin-off gehad naar andere delen van Nederland. In regio’s waar nog geen netwerken waren, zie je nu ook initiatieven voor samenwerking tussen paramedici ontstaan. Daarnaast waren er gebieden waar paramedici al goed georganiseerd waren. Er blijft echter een klein deel van Nederland waar dit nog niet van de grond is gekomen.”

Deze ontwikkeling laat zien dat het programma Organisatiegraad niet alleen impact heeft gehad in de deelnemende regio’s, maar ook een bredere beweging heeft gecreëerd in de paramedische samenwerking.

Met het einde van het programma Organisatiegraad nemen de beroepsverenigingen het stokje over om netwerkvorming onder paramedici verder te stimuleren. De ROS’en blijven hierin een belangrijke rol spelen door advies en begeleiding te bieden aan regionale netwerken.

Tips voor paramedici die een netwerk willen starten of verder willen ontwikkelen
Daniëlle: “De trein is al vertrokken. Wacht niet af, maar durf op te springen terwijl die rijdt. Ik hoor soms collega-paramedici zeggen dat ze nog niet klaar zijn voor samenwerking. Dat is prima, die pikken we later op, bij het volgende station. Maar ondertussen blijven we vooruitgaan.”

Nanette: “In een netwerk op de Noordwest-Veluwe werken ze aan een werkwijze waarin ze elkaar kunnen vertegenwoordigen. Als je bijvoorbeeld met een ziekenhuis spreekt over leefstijl, kan een apotheker ook namens alle paramedische disciplines aan tafel zitten. Dat vraagt om onderling vertrouwen. Het is belangrijk om je collega’s telkens mee te nemen in het waarom van deze samenwerking.”

Frits: “Kijk naar het regioplan en sluit aan als samenwerkingspartner. Leer daarnaast van andere samenwerkingsverbanden. Zij hebben vaak al meerdere leercycli doorlopen, waar waardevolle lessen uit te halen zijn.”

Leefstijlinitiatieven in de eerste lijn in kaart

In het Integraal Zorgakkoord is afgesproken dat leefstijl vanaf 1 januari 2025 een integraal onderdeel is van de curatieve zorg. Een inventarisatie van leefstijlinitiatieven in de eerstelijnszorg dat het ROS-netwerk in opdracht van InEen maakte, laat zien dat leefstijl in veel regio’s op de agenda staat. De rapportage geeft handvatten om deze beweging voort te zetten en laat zien wat landelijk nodig is om dat te ondersteunen.

Binnen de eerstelijnszorg is een breed besef dat leefstijl een belangrijk aspect is bij het bieden van passende zorg en ondersteuning aan patiënten. Er wordt op veel plekken ingezet op de beweging van ziekte naar gezondheid om zorgvragen te beperken en chronische ziekten te voorkomen. De focus ligt daarbij op het aanleren van een gezonde leefstijl en het nemen van eigen regie door patiënten. Uit de inventarisatie blijkt dat professionals behoefte hebben aan kennisuitwisseling en een overzicht van geleerde lessen. In de inventarisatie komen verschillende initiatieven aan bod, zoals Meer Tijd voor de Patiënt inclusief het goede gesprek, de inzet van Positieve Gezondheid, het Leefstijlroer en de Gecombineerde Leefstijlinterventie.

Aandacht voor structurele financiering
Het verder brengen van de aandacht voor leefstijl en de samenwerking die daarvoor nodig is, vereist aandacht voor structurele financiering over domeinen heen. De inventarisatie van InEen en het ROS-netwerk is gericht op initiatieven die gestart zijn vanuit organisaties of professionals binnen de Zorgverzekeringswet (Zvw). Bij de initiatieven die in de rapportage aan bod komen, zijn echter meer domeinen betrokken. Er zijn onderdelen die passen in de Zvw, maar ook onderdelen die behoren tot het sociaal domein. De Coalitie biedt implementatievouchers en coaching aan om domeinoverstijgende samenwerking rond leefstijl te stimuleren, maar structurele financiering hiervoor ontbreekt nog.

Definitie en afbakening noodzakelijk
Bij de implementatie van leefstijl in de zorg hebben regio’s en eerstelijnszorgprofessionals veel vrijheid. Dat geeft de noodzakelijke ruimte voor regionale verschillen. Tegelijkertijd roept het vragen op. Wat verstaan we precies onder leefstijl? Wie is verantwoordelijk? Wat hoort bij zorg, wat bij welzijn? Een heldere definitie van leefstijl en afbakening is noodzakelijk. Hierover is landelijke afstemming nodig tussen de betrokken partijen. In de regio kunnen regionale huisartsen- en eerstelijnsorganisaties in aansluiting op de behoefte van de aangesloten zorgverleners ondersteunen bij deskundigheidsbevordering, het opzetten van leefstijlinitiatieven en het stimuleren van domeinoverstijgende samenwerking. De ROS in de regio kan helpen bij het opzetten en verder brengen van (domeinoverstijgende) leefstijlinitiatieven.

Praktijkvoorbeelden en implementatiesuggesties
De IZA-afspraken over de implementatie van leefstijl in de zorg krijgen vorm binnen de Coalitie Leefstijl in de Zorg. Op verzoek van de Coalitie heeft InEen de inventarisatie van leefstijlinitiatieven in de eerstelijnszorg laten uitvoeren. Ook in de GGZ en de ziekenhuiszorg zijn leefstijlinitiatieven in kaart gebracht. Deze leefstijlinitiatieven worden (waar mogelijk) opgenomen in de Database met praktijkvoorbeelden en waar passend onderdeel van de implementatiesuggesties op de website van de Coalitie Leefstijl in de Zorg.

Bekijk de rapportage Inventarisatie leefstijlinitiatieven eerstelijnszorg